Informasie oor die woord superieur (Nederlands → Esperanto: superulo)

Sinonieme: aanvoerder, baas, chef, meerdere, opperhoofd

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/syperiˈjøːr/
Afbrekingsu·pe·ri·eur
Geslagmanlik
Meervoudsuperieuren

Voorbeelde van gebruik

Mijn superieuren zijn geneigd in zulke gevallen nogal scherp te reageren.
Wat heeft mijn vader zijn superieur geantwoord?

Vertalinge

Afrikaansaanvoerder
Deenschef; overordnet
DuitsChef
Engelssuperior
Esperantosuperulo
Friesoanfierder; lieder
Portugeessuperior
SaterfriesBoas; Skef
Spaansjefe
Sweedsöverman
Tsjeggiespředstavený; vedoucí; šéf