Informasie oor die woord schok (Nederlands → Esperanto: skuo)

Sinonieme: hort, stoot

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/sxɔk/
Afbrekingschok
Geslagmanlik
Meervoudschokken

Voorbeelde van gebruik

En juist op dit ogenblik werd het schip door nieuwe schokken heen en weer geschud.

Vertalinge

DuitsRütteln; Schütteln; Schüttern
Esperantoskuo
Franschoc