Informasie oor die woord rijm (Nederlands → Esperanto: rimo)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/rɛɪ̯m/
Afbrekingrijm

Voorbeelde van gebruik

Toen leerde hij hun een rijm dat zij moesten zingen als zij het ongeluk zouden hebben om de volgende dag in gevaar of moeilijkheden te raken.

Vertalinge

DuitsReim
Engelsrhyme
Esperantorimo
Faroëesrím
Finsriimi
Fransrime
Italiaansrima
Katalaansrima
Portugeesrima
SaterfriesGeriemsel; Riem
Spaansrima
Sweedsrim
Tagalogrima
Tsjeggiesrým