Informasie oor die woord rekstok (Nederlands → Esperanto: reko)

Sinoniem: rek

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈrɛkstɔk/
Afbrekingrek·stok
Geslagmanlik
Meervoudrekstokken

Voorbeelde van gebruik

In de sportzaal troffen ze een gedrongen, kalende man aan met blauwe ogen die aan de rekstok hing en zei dat hij Heggstad heette.

Vertalinge

Engelshorizontal bar
Esperantoreko
Spaansbarra; fija