Informasie oor die woord por (Nederlands → Esperanto: puŝo)

Sinonieme: douw, drang, duw, stoot, zet

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/pɔr/
Afbrekingpor

Voorbeelde van gebruik

Hugo, geef hem een por met de achterkant van de lans.
Want hij had een por nodig om op gang te komen.

Vertalinge

Deensstød
DuitsStoß; Trieb
Engelsthrust; poke
Esperantopuŝo
Friesdúst; stjit; triuw
Italiaansspinta; urto
Papiamentsgòlpi; pushá; stot
Portugeesempurrão; impulso
SaterfriesStäk; Stääk; Steet; Nukke; Ramstäk; Ruk; Sköät
Sranandyam; pusu
Sweedsknäck; puff; stöt; törn