Informasie oor die woord lessenaar (Nederlands → Esperanto: pupitro)

Sinoniem: lezenaar

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈlɛsənaːr/
Afbrekingles·se·naar

Voorbeelde van gebruik

Daar vond hij de schrijver achter zijn lessenaar.
Heer Ollie stond naast zijn lessenaar en staarde verslagen naar de lege zaal.
Op de lessenaar stond een grote kandelaar van wat me zilver leek.

Vertalinge

DuitsPult
Engelsdesk; lectern
Esperantopupitro
Franspupitre
Papiamentslèsenar
Portugeescarteira; estante
SaterfriesPult; Skrieuwdisk
Spaanspupitre
Tsjeggiespult