Informasie oor die woord tanken (Nederlands → Esperanto: provizumi sin je brulaĵo)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈtɛŋkə(n)/
Afbrekingtan·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) tank(ik) tankte
(jij) tankt(jij) tankte
(hij) tankt(hij) tankte
(wij) tanken(wij) tankten
(jullie) tanken(jullie) tankten
(gij) tankt(gij) tanket
(zij) tanken(zij) tankten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) tanke(dat ik) tankte
(dat jij) tanke(dat jij) tankte
(dat hij) tanke(dat hij) tankte
(dat wij) tanken(dat wij) tankten
(dat jullie) tanken(dat jullie) tankten
(dat gij) tanket(dat gij) tanktet
(dat zij) tanken(dat zij) tankten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
tanktankt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
tankend, tankende(hebben) getankt

Vertalinge

Duitstanken
Esperantoprovizumi sin je brulaĵo