Informasie oor die woord juist (Nederlands → Esperanto: precize)

Sinonieme: exact, precies, scherp, krek, stipt, accuraat

Woordsoortbywoord
Uitspraak/jœʏ̯st/
Afbrekingjuist

Trappe van vergelyking

Stellende trapjuist
Vergrotende trapjuister
Oortreffende trapjuists

Voorbeelde van gebruik

En toch had hij juist gedaan wat zijn vrouw had gezegd.
We zijn dan daar een uurtje later en juist op koffietijd.

Vertalinge

Afrikaanspresies
Duitsgenau; präzise
Engelsexactly; precisely
Esperantoprecize
Faroëesakkurát; raðið; nágreiniliga; stundisliga; gjølliga
Fransjustement; précisément
Italiaansgiustamente
Luxemburgsgenee; genau
Nederduitskorrekt; nauw; skarp
Poolsdokładnie
Portugeesjustamente; precisamente
Saterfriesgnau; nau; juust; seküür
Spaansjustamente
Thaiตรง