Informasie oor die woord maal (Nederlands → Esperanto: fojo)

Sinonieme: keer, reis

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/mal/
Afbrekingmaal
Geslagonsydig / histories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudmalen

Voorbeelde van gebruik

Maar toen ik het voor de eerste maal schreef, had Nederland eensgezinder dan ooit de handen ineengeslagen.
We hebben elkaar een paar maal op een feestje ontmoet.
In de volgende dagen hoorde ik het echter nog verschillende malen en langzamerhand raakte ik eraan gewend en onderging mijn hele zienswijze zelfs een verandering.
Toen hij de volgende maal wakker werd, lag hij in een ziekenhuisbed.
In 1828 werd het voor het eerste maal vermeld als logement.

Vertalinge

Afrikaanskeer
Albaniesherë
Chinook-jargontʰaym
Deensgang
DuitsMal
Engelstime
Engels (Ou Engels)cierr
Esperantofojo
Faroëesferð; reis
Finskerta
Fransfois
Frieskear
Italiaansvolta
Katalaanscop; vegada; volta
LuxemburgsKéier
Nederduitsmål
Noorsgang
Oekraïensраз
Papiamentsbe; bes; biaha
Poolsraz
Portugeesfeita; vez
Russiesраз
SaterfriesMoal
Spaansvez
Swahilimara
Sweedsgång
Thaiคราว; ที; ครั้ง