Informasie oor die woord denken (Nederlands → Esperanto: pensi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈdɛŋkə(n)/
Afbrekingden·ken

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) denk(ik) dacht
(jij) denkt(jij) dacht
(hij) denkt(hij) dacht
(wij) denken(wij) dachten
(jullie) denken(jullie) dachten
(gij) denkt(gij) dacht
(zij) denken(zij) dachten
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) denke(dat ik) dachte
(dat jij) denke(dat jij) dachte
(dat hij) denke(dat hij) dachte
(dat wij) denken(dat wij) dachten
(dat jullie) denken(dat jullie) dachten
(dat gij) denket(dat gij) dachtet
(dat zij) denken(dat zij) dachten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
denkdenkt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
denkend, denkende(hebben) gedacht

Voorbeelde van gebruik

Ik dacht dat je me een handje zou kunnen helpen.
Ik denk niet dat hij je kan horen.
Denk jij soms dat we op zee een bal geven?
Ik word oud, dacht hij.
Zij denken dat wij er nog niet kunnen zijn.
De Amerikaanse president denkt dat lage rente altijd beter is voor de economie, zegt de econoom.
En ik moet niet denken dat ik maar kindertjes krijgen kan ten laste van de zeven polders.

Vertalinge

Afrikaansdink
Albaniesmendoj
Deenstænke
Duitsdenken
Engelsthink; figure
Engels (Ou Engels)wenan; þencan
Esperantopensi
Faroëeshugsa
Finsajatella
Franspenser
Friestinke
Hongaarsgondol
Italiaanspensare
Jamaikaanse Patoistingk
Jiddishטראַכטן; דענקען
Katalaanspensar
Latyncensere; cogitare; reri
Luxemburgsdenken
Maleisberpikir; fikir; pikir
Noorstenke
Papiamentspensa
Poolsmyśleć
Portugeesachar; julgar; pensar
Russiesдумать; подумать; мыслить
Saterfriestoanke
Skotsthink
Skots-Gaeliessmaoinich
Spaanspensar
Sranandenki; prakseri
Sweedstänka
Thaiคิด
Tsjeggiesdomnívat se; myslet; myslit; mínit; přemýšlet; soudit; zamýšlet
Turksdüşünmek
Yslandshugsa