Informasie oor die woord nemen (Nederlands → Esperanto: preni)

Sinonieme: houden, aanzien

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈnemə(n)/
Afbrekingne·men

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) neem(ik) nam
(jij) neemt(jij) nam
(hij) neemt(hij) nam
(wij) nemen(wij) namen
(jullie) nemen(jullie) namen
(gij) neemt(gij) naamt
(zij) nemen(zij) namen
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) neme(dat ik) name
(dat jij) neme(dat jij) name
(dat hij) neme(dat hij) name
(dat wij) nemen(dat wij) namen
(dat jullie) nemen(dat jullie) namen
(dat gij) nemet(dat gij) namet
(dat zij) nemen(dat zij) namen
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neemneemt
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
nemend, nemende(hebben) genomen

Voorbeelde van gebruik

Wie zou hem niet voor het stomste redeloos dier genomen hebben dat God ooit geschapen heeft?

Vertalinge

Afrikaansaansien
Esperantopreni