Informasie oor die woord afgaan (Nederlands → Esperanto: eksoni)

Sinoniem: knallen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɑfxan/
Afbrekingaf·gaan

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) ga af(ik) ging af
(jij) gaat af(jij) ging af
(hij) gaat af(hij) ging af
(wij) gaan af(wij) gingen af
(jullie) gaan af(jullie) gingen af
(gij) gaat af(gij) gingt af
(zij) gaan af(zij) gingen af
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) afga(dat ik) afginge
(dat jij) afga(dat jij) afginge
(dat hij) afga(dat hij) afginge
(dat wij) afgaan(dat wij) afgingen
(dat jullie) afgaan(dat jullie) afgingen
(dat gij) afgaat(dat gij) afginget
(dat zij) afgaan(dat zij) afgingen
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
afgaand, afgaande(hebben) afgegaan

Voorbeelde van gebruik

In Isinomaki, waar 4000 mensen omkwamen, werd geen moment stilte gehouden maar gingen de sirenes af.
Maar al snel besef je dat de wekker niet is afgegaan.
Ongetwijfeld was er een alarm afgegaan.

Vertalinge

Afrikaansafgaan
Duitserschallen
Esperantoeksoni