Informasie oor die woord aanbrengen (Nederlands → Esperanto: surmeti)

Sinonieme: opbrengen, opleggen

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈambrɛŋə(n)/
Afbrekingaan·bren·gen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) breng aan(ik) bracht aan
(jij) brengt aan(jij) bracht aan
(hij) brengt aan(hij) bracht aan
(wij) brengen aan(wij) brachten aan
(jullie) brengen aan(jullie) brachten aan
(gij) brengt aan(gij) bracht aan
(zij) brengen aan(zij) brachten aan
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) aanbrenge(dat ik) aanbrachte
(dat jij) aanbrenge(dat jij) aanbrachte
(dat hij) aanbrenge(dat hij) aanbrachte
(dat wij) aanbrengen(dat wij) aanbrachten
(dat jullie) aanbrengen(dat jullie) aanbrachten
(dat gij) aanbrenget(dat gij) aanbrachtet
(dat zij) aanbrengen(dat zij) aanbrachten
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
breng aanbrengt aan
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
aanbrengend, aanbrengende(hebben) aangebracht

Voorbeelde van gebruik

Ik breng uw huisnummer aan.
Ik zeg ook niet dat jij onder verdenking staat, maar ik twijfel er niet aan dat een van jullie de wijziging heeft aangebracht.

Vertalinge

Afrikaansaanbring; aanwend
Engelsapply
Esperantosurmeti
Fransappliquer