Informasie oor die woord doel (Nederlands → Esperanto: celo)

Sinonieme: doelwit, honk, wit

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/dul/
Afbrekingdoel
Geslagonsydig
Meervouddoelen

Voorbeelde van gebruik

Toen kwam Kaa, recht op zijn doel af, vlug en begerig om te doden.

Vertalinge

Afrikaansdoel
Deensmål
Engelsgoal; target
Esperantocelo
Franscible
Nederduitsdool