Sinonieme: bewerkstelligen, doorvoeren, tot stand brengen, volvoeren, voor elkaar krijgen, implementeren
| Woordsoort | werkwoord |
|---|
| Uitspraak | /vərˈʋezə(n)ləkə(n)/ |
|---|
| Afbreking | ver·we·zen·lij·ken |
|---|
Vervoeging
| Aantonende wys |
|---|
| Teenwoordige tyd | Verlede tyd |
|---|
| (ik) verwezenlijk | (ik) verwezenlijkte |
| (jij) verwezenlijkt | (jij) verwezenlijkte |
| (hij) verwezenlijkt | (hij) verwezenlijkte |
| (wij) verwezenlijken | (wij) verwezenlijkten |
| (jullie) verwezenlijken | (jullie) verwezenlijkten |
| (gij) verwezenlijkt | (gij) verwezenlijktet |
| (zij) verwezenlijken | (zij) verwezenlijkten |
| Aanvoegende wys |
|---|
| Teenwoordige tyd | Verlede tyd |
|---|
| (dat ik) verwezenlijke | (dat ik) verwezenlijkte |
| (dat jij) verwezenlijke | (dat jij) verwezenlijkte |
| (dat hij) verwezenlijke | (dat hij) verwezenlijkte |
| (dat wij) verwezenlijken | (dat wij) verwezenlijkten |
| (dat jullie) verwezenlijken | (dat jullie) verwezenlijkten |
| (dat gij) verwezenlijket | (dat gij) verwezenlijktet |
| (dat zij) verwezenlijken | (dat zij) verwezenlijkten |
| Gebiedende wys |
|---|
| Enkelvoud/Meervoud | Meervoud |
|---|
| verwezenlijk | verwezenlijkt |
| Deelwoorde |
|---|
| Teenwoordige deelwoord | Verlede deelwoord |
|---|
| verwezenlijkend, verwezenlijkende | (hebben) verwezenlijkt |