Informasie oor die woord bevelhebber (Nederlands → Esperanto: komandanto)

Sinonieme: aanvoerder, commandant, bevelvoerder, legerleider

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/bəˈvɛlɦɛbər/
Afbrekingbe·vel·heb·ber
Geslagmanlik
Meervoudbevelhebbers

Voorbeelde van gebruik

Wie is op het ogenblik bevelhebber van dit fort?
Pallantides, zijn bevelhebber, trad op zijn geschreeuw de tent binnen en zag zijn vorst rechtop zitten, de hand om het gevest van zijn zwaard geklemd.

Vertalinge

Afrikaansaanvoerder
DuitsBefehlshaber; Kommandant; Kommandeur
Engelscommander
Esperantokomandanto
Friesbefelhawwer; kommandant
Italiaanscomandante
Papiamentskomandante
SaterfriesBefeelshääber
Spaanscomandante
Sweedsbefälhavare; kommendant
Tsjeggiesvelitel
Turksamir