Informasie oor die woord verkiezen (Nederlands → Esperanto: deziri)

Sinonieme: begeren, trek hebben in, verlangen, wensen, verlangen naar, zin hebben, zin hebben in

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/vərˈkizə(n)/
Afbrekingver·kie·zen

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) verkies(ik) verkoos, verkoor
(jij) verkiest(jij) verkoos, verkoor
(hij) verkiest(hij) verkoos, verkoor
(wij) verkiezen(wij) verkozen, verkoren
(jullie) verkiezen(jullie) verkozen, verkoren
(gij) verkiest(gij) verkoost, verkoort
(zij) verkiezen(zij) verkozen, verkoren
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) verkieze(dat ik) verkoze, verkore
(dat jij) verkieze(dat jij) verkoze, verkore
(dat hij) verkieze(dat hij) verkoze, verkore
(dat wij) verkiezen(dat wij) verkozen, verkoren
(dat jullie) verkiezen(dat jullie) verkozen, verkoren
(dat gij) verkiezet(dat gij) verkozet, verkoret
(dat zij) verkiezen(dat zij) verkozen, verkoren
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
verkiezend, verkiezende(hebben) verkozen, verkoren

Voorbeelde van gebruik

Amiante, met opzet of misschien door verstrooidheid, stelde niet zulke eisen aan Ghyl, die kwam en ging zoals hij verkoos.
Ik geef mijn naam wanneer ik dat verkies, niet wanneer het me bevolen wordt.

Vertalinge

Afrikaansverlang; verlang na
Albaniesdëshiroj
Deensønske
Duitswünschen; mögen; verlangen; begehren; verlangen nach
Engelsdesire; wish; want; be anxious; be eager; be keen
Engels (Ou Engels)willan
Esperantodeziri
Faroëesynskja
Finshaluta
Fransdésirer; souhaiter
Friesferlangje
Hongaarskíván; vágyik
Italiaansdesiderare
Jamaikaanse Patoisfiil laik
Katalaansdesitjar
Latynoptare
Noorsønske; ønske seg
Papiamentsdeseá
Poolspragnąć; życzyć
Portugeesdesejar; pretender; querer
Russiesжелать; пожелать
Saterfrieswonskje
Skotswiss
Spaansdesear
Srananwinsi
Sweedsönska
Tsjeggiespřát si; žádat; přát; popřát
Turksarzu etmek; arzulamak
Yslandsóska