Informasie oor die woord sleepboot (Nederlands → Esperanto: trenŝipo)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/ˈslebot/
Afbrekingsleep·boot

Voorbeelde van gebruik

De sleepboot lag afgemeerd.

Vertalinge

Afrikaanssleepboot
Deensbugserbåd
DuitsSchlepper; Schleppschiff
Engelstug; tugboat
Esperantotrenŝipo; haŭla ŝipo
Italiaansrimorchiatore
Portugeesrebocador
SaterfriesSlieper