Informatie over het woord befêstigje (Westerlauwers Fries → Esperanto: konfirmi)

Afbrekingbe·fês·tig·je
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) befêstigje(ik) befêstige
(do) befêstigest(do) befêstigest
(hy) befêstigest(hy) befêstige
(wy) befêstigje(wy) befêstigen
(jimme) befêstigje(jimme) befêstigen
(sy) befêstigje(sy) befêstigen
Gebiedende wijs
befêstigje
Verleden deelwoord
(hawwe) befêstige
Infinitief II
befêstigjen

Voorbeelden van gebruik

Johan Mast kin dat befêstigje.

Vertalingen

Afrikaanserken; bevestig
Catalaansconfirmar
Deensbekræfte
Duitsbekräftigen; bestätigen; konfirmieren; bestärken
Engelsconfirm; corroborate; affirm; establish; uphold; bear out; recognize; acknowledge
Esperantokonfirmi
Faeröersstaðfesta; vátta
Finsvahvistaa
Fransconfirmer
Italiaansconfermare
Latijnconfirmare
Nederduitsbevästigen
Nederlandsbevestigen; erkennen; staven; vormen
Portugeesconfirmar; homologar; ratificar
Saterfriesbekräftigje; bestäätigje; konfirmierje
Spaansconfirmar