Informatie over het woord gemeentlik (Westerlauwers Fries → Esperanto: municipa)

Afbrekingge·meent·lik
Woordsoortbijvoeglijk naamwoord

Verbuiging

Predicatief
AttributiefOnbepaaldManlijk en vrouwelijk enkelvoudgemeentlike
Onzijdig enkelvoudgemeentlik
Meervoudgemeentlike
Bepaaldgemeentlike
Partitiefgemeentliks

Voorbeelden van gebruik

It gemeentlik personiel fergrizet nammentlik hurder as de lanlike befolking.

Vertalingen

Esperantomunicipa; komunuma