Informatie over het woord lichaamlik (Westerlauwers Fries → Esperanto: korpa)

Afbrekinglich·aam·lik
Woordsoortbijvoeglijk naamwoord

Verbuiging

Predicatief
AttributiefOnbepaaldManlijk en vrouwelijk enkelvoudlichaamlike
Onzijdig enkelvoudlichaamlik
Meervoudlichaamlike
Bepaaldlichaamlike
Partitieflichaamliks

Voorbeelden van gebruik

Syn frou hat in soad lichaamlike klachten en kin gjin lieding mear jaan oan it bedriuw yn Wergea.

Vertalingen

Duitsleiblich; Körper‐; Leibes‐
Engelsbodily; body; corporal; corporeal; of the body; physical
Engels (Oudengels)lichamlic
Esperantokorpa
Latijncorporalis; corporeus
Nederlandslichamelijk; lijfelijk
Portugeescorpóreo; corporal
Spaanscorporal
Turksbedeni
Zweedskroppslig; lekamlig