Informatie over het woord utili

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingu·til·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdutilas
Verleden tijdutilis
Toekomende tijdutilos
 
Voorwaardelijke wijs
utilus

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdutilantautilata
Verleden tijdutilintautilita
Toekomende tijdutilontautilota

Vertalingen

Afrikaansbaat
Duitsdienen; frommen; nützen
Engelsavail
Faeröersnytta; gagna
Italiaansessere utile; giovare; servire; utilizzare
Nederlandsbaten; helpen; van nut zijn
Papiamentsprobechá
Portugeesser útil
Saterfriestjoonje; nutsje
Spaansaprovechar
Westerlauwers Friesbate; helpe
Zweedsgagna