Informatie over het woord triumfa

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingtri·umf·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatieftriumfatriumfaj
Accusatieftriumfantriumfajn

Vertalingen

Duitstriumphierend
Nederlandstriomfantelijk; zegepralend; zegevierend
Portugeestriunfal