Informatie over het woord subridi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingsub·rid·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdsubridas
Verleden tijdsubridis
Toekomende tijdsubridos
 
Voorwaardelijke wijs
subridus
 
Gebiedende wijs
subridu

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdsubridanta
Verleden tijdsubridinta
Toekomende tijdsubridonta

Vertalingen

Afrikaansgiggel
Engelssnicker; laugh up one’s sleeve; chortle; chuckle; giggle
Nederlandsgrinniken; in zijn vuistje lachen; giechelen