Informatie over het woord regi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingreg·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdregas
Verleden tijdregis
Toekomende tijdregos
 
Voorwaardelijke wijs
regus
 
Gebiedende wijs
regu

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdreganta
Verleden tijdreginta
Toekomende tijdregonta

Vertalingen

Afrikaansregeer
Catalaansdirigir; dominar; governar; regir; regnat
Deensbeherske; regere
Duitsherrschen; beherrschen; regieren
Engelsgovern; rule; reign; be in power
Faeröerssjórna; ráða fyri
Finshallita
Fransgouverner; régner; surveiller
Grieksβασιλεύω
IJslandsstilla
Italiaansdominare; governare
Latijngubernare; regere; regnare
Nederduitsregeren
Nederlandsde scepter zwaaien; heersen; regeren; aan de macht zijn
Noorsbeherske; styre
Papiamentsgoberná; reina
Poolspanować; rządzić
Portugeesdominar; governar; reger
Roemeensconduce; controla; guverna
Saterfrieshärskje; behärskje; regierje
Spaansgobernar; regir; subyugar
Thaisปกครอง
Westerlauwers Friesregearje; hearskje
Zweedshärska; regera