Informatie over het woord konsumiĝi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingkon·sum·iĝ·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdkonsumiĝas
Verleden tijdkonsumiĝis
Toekomende tijdkonsumiĝos
 
Voorwaardelijke wijs
konsumiĝus

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdkonsumiĝanta
Verleden tijdkonsumiĝinta
Toekomende tijdkonsumiĝonta

Vertalingen

Duitszehren; konsumiert werden; verbraucht werden; verzehrt werden; aufgebracht werden; sich aufzehren; sich verzehren; sich aufreiben
Nederlandskwijnen; uitteren; verteren; wegteren