Informasie oor die woord duope

Woordsoortbywoord
Afbrekingdu·op·e

Vertalinge

Duitszu zweien; zu zweit; doppelt
Engelsby twos
Faroëestveir í senn
Fransà deux
Nederlandsgetweeën; met z’n tweeën; onder vier ogen; twee aan twee
Poolswe dwoje
Portugeesaos pares
Saterfriesmäd uus bee‐en