Informatie over het woord plant (Engels → Esperanto: semi)

Synoniemen: sow, seed

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/plɑːnt/
Afbrekingplant
Shaw‐alfabet𐑐𐑤𐑭𐑯𐑑
Deseret‐alfabet𐐹𐑊𐐪𐑌𐐻

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) plant(I) planted
(thou) plantest(thou) plantedst
(he) plants, planteth(he) planted
(we) plant(we) planted
(you) plant(you) planted
(they) plant(they) planted
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) plant (I) planted
(thou) plant(thou) planted
(he) plant(he) planted
(we) plant(we) planted
(you) plant(you) planted
(they) plant(they) planted
Gebiedende wijs
plant
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
plantingplanted

Voorbeelden van gebruik

I have never before planted corn in April.

Vertalingen

Catalaanssembar; sembrar
Deens
Duitssäen
Esperantosemi
Faeröerssáa
Finskylvää
Franssemer
Italiaansseminare
Latijnseminare
Nederlandszaaien
Papiamentssembra
Portugeesplantar; semear
Saterfriessäidje
Spaanssembrar
Welshau
Westerlauwers Friessiedzje
Zweeds