Informatie over het woord charge (Engels → Esperanto: kalkuli)

Synoniemen: calculate, figure, work out, account, add up

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/tʃɑːdʒ/
Afbrekingcharge
Shaw‐alfabet𐑗𐑸𐑡
Deseret‐alfabet𐐽𐐪𐑉𐐾

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) charge(I) charged
(thou) chargest(thou) chargedst
(he) charges, chargeth(he) charged
(we) charge(we) charged
(you) charge(you) charged
(they) charge(they) charged
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) charge (I) charged
(thou) charge(thou) charged
(he) charge(he) charged
(we) charge(we) charged
(you) charge(you) charged
(they) charge(they) charged
Gebiedende wijs
charge
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
chargingcharged

Voorbeelden van gebruik

He was doing a lot of work and charging a lot of money, but wasn’t actually doing anything.

Vertalingen

Catalaanscalcular; comptar
Deensberegne; kalkulere
Duitsberechnen
Esperantokalkuli
Finslaskea
Franscalculer; compter
IJslandsreikna
Italiaanscalcolare
Latijncalculare
Nederlandsberekenen; rekenen
Noorsregne
Papiamentskalkulá; rek
Poolsliczyć
Portugeescalcular; computar; orçar
Saterfrieskalkulierej; reekenje; bereekenje
Spaanscalcular; contar
Tsjechischpočítat
Westerlauwers Friesberekkenje; besiferje; rekkenje
Zweedsberäkna; uträkna