Informatie over het woord brag (Engels → Esperanto: fanfaroni)

Synoniem: boast

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bɹæɡ/
Afbrekingbrag
Shaw‐alfabet𐑚𐑮𐑨𐑜
Deseret‐alfabet𐐺𐑉𐐰𐑀

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) brag(I) bragged
(thou) braggest(thou) braggedst
(he) brags(he) bragged
(we) brag(we) bragged
(you) brag(you) bragged
(they) brag(they) bragged
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) brag (I) bragged
(thou) brag(thou) bragged
(he) brag(he) bragged
(we) brag(we) bragged
(you) brag(you) bragged
(they) brag(they) bragged
Gebiedende wijs
brag
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
braggingbragged

Voorbeelden van gebruik

Meanwhile, the government continues to rake in record levels of tariff revenue, which president Donald Trump frequently brags about.
And text messages from the agent showed him bragging about the number of times he shot her.
You are going to lick his arse and brag about your guns, just as ever.

Vertalingen

Afrikaansspog
Catalaansfanfarronejar
Deensprale
Duitsprahlen; aufschneiden
Esperantofanfaroni
Faeröersreypa
Fransfaire le malin; fanfarroner
IJslandsgorta; skruma
Nederlandsbluffen; opscheppen; pochen; snoeven; snorken; ophakken; grootspreken; opsnijden
Noorsskryte
Papiamentsblòf
Portugeesfanfarrear
Saterfrieskropje; broaskje; flunkerje; proalje
Spaansjactarse
Zweedsskryta