Informatie over het woord expel (Engels → Esperanto: eksigi)

Synoniemen: discharge, dismiss, sack, oust, remove, jilt, bounce, chuck, ditch, give the push, send packing, give the sack, give the boot, give the mitten

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɪksˈpɛl/, /ɛksˈpɛl/
Afbrekingex·pel
Shaw‐alfabet𐑦𐑒𐑕𐑐𐑧𐑤, 𐑧𐑒𐑕𐑐𐑧𐑤
Deseret‐alfabet𐐮𐐿𐑅𐐹𐐯𐑊, 𐐯𐐿𐑅𐐹𐐯𐑊

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) expel(I) expelled
(thou) expellest(thou) expelledst
(he) expel, expelleth(he) expelled
(we) expel(we) expelled
(you) expel(you) expelled
(they) expel(they) expelled
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) expel (I) expelled
(thou) expel(thou) expelled
(he) expel(he) expelled
(we) expel(we) expelled
(you) expel(you) expelled
(they) expel(they) expelled
Gebiedende wijs
expel
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
expellingexpelled

Voorbeelden van gebruik

It passed with the support of former Conservatives that Johnson himself expelled from the party, and the Northern Irish DUP.

Vertalingen

Afrikaansafdank; ontslaan
Deensafskedige
Duitsabdanken; entlassen; verabschieden; aus dem Dienst entfernen; exen
Esperantoeksigi
Faeröerskoyra frá
Franslicencier; renvoyer; suspendre
Nederlandsroyeren
Portugeesdemitir; destituir; exonerar
Saterfriesoutonkje; äntläite; ferouscheedje; ferouskeedje
Spaansdestituir