Informatie over het woord pinch (Engels → Esperanto: pinĉi)

Synoniem: nip

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/pɪn(t)ʃ/
Afbrekingpinch
Shaw‐alfabet𐑐𐑦𐑯𐑗; 𐑐𐑦𐑯𐑖
Deseret‐alfabet𐐹𐐮𐑌𐐽; 𐐹𐐮𐑌𐑇

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) pinch(I) pinched
(thou) pinchest(thou) pinchedst
(he) pinches, pincheth(he) pinched
(we) pinch(we) pinched
(you) pinch(you) pinched
(they) pinch(they) pinched
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) pinch (I) pinched
(thou) pinch(thou) pinched
(he) pinch(he) pinched
(we) pinch(we) pinched
(you) pinch(you) pinched
(they) pinch(they) pinched
Gebiedende wijs
pinch
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
pinchingpinched

Voorbeelden van gebruik

He pinched himself, and felt pain.

Vertalingen

Catalaanspessigar
Duitskneifen; zwicken
Esperantopinĉi
Faeröersklípa
Franspincer
Nederlandsklemmen; nijpen; knijpen
Papiamentskinipí
Portugeesbeliscar; pegar com pinça; tomar entre dois dedos
Saterfrieskniepe
Spaanspellizcar
Westerlauwers Friesknipe