Informatie over het woord pass (Engels → Esperanto: transdoni)

Synoniemen: convey, hand, hand over, assign, deliver, transmit, transfer, turn over, pass on

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/pɑːs/
Afbrekingpass
Shaw‐alfabet𐑐𐑭𐑕
Deseret‐alfabet𐐹𐐪𐑅

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) pass(I) passed
(thou) passest(thou) passedst
(he) passes, passeth(he) passed
(we) pass(we) passed
(you) pass(you) passed
(they) pass(they) passed
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) pass (I) passed
(thou) pass(thou) passed
(he) pass(he) passed
(we) pass(we) passed
(you) pass(you) passed
(they) pass(they) passed
Gebiedende wijs
pass
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
passingpassed

Vertalingen

Afrikaansaangee
Duitsangeben; aushändigen; einhändigen; herreichen; überliefern; übergeben; überreichen
Esperantotransdoni
Nederlandsaanreiken; overgeven; overreiken; doorgeven
Poolsprzekazać
Portugeesalienar; transmitir
Saterfriesanreeke; häärreeke; uurlääwerje
Spaansalargar; transferir
Westerlauwers Friesoanlangje; oanrikke; ôfjaan; ôfdrage