Informatie over het woord senken (Duits → Esperanto: mallevi)

Uitspraak/ˈzɛŋkən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) senke(ich) senkte
(du) senkst(du) senktest
(er) senkt(er) senkte
(wir) senken(wir) senkten
(ihr) senkt(ihr) senktet
(sie) senken(sie) senkten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) senke(ich) senkte
(du) senkest(du) senktest
(er) senke(er) senkte
(wir) senken(wir) senkten
(ihr) senket(ihr) senktet
(sie) senken(sie) senkten
Gebiedende wijs
(du) senke
(ihr) senkt
senken Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
senkend(haben) gesenkt

Voorbeelden van gebruik

Die Leute hatten ihre Speere gesenkt und hörten interessiert zu.

Vertalingen

Afrikaanslaat sak
Engelslower; drop
Esperantomallevi
Fransabaisser; baisser
Hongaarsleenged
Italiaansabbassare
Nederlandslaten zakken; neerlaten; vellen
Saterfriesdeelläite; strieke