Informatie over het woord Organismus (Duits → Esperanto: vivulo)

Uitspraak/ɔrɡaˈnɪsmʊs/
AfbrekingOr·ga,nis·mus
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefOrganismusOrganismen
GenitiefOrganismusOrganismen
DatiefOrganismusOrganismen
AccusatiefOrganismusOrganismen

Voorbeelden van gebruik

Er taucht dort auf, wo andere Organismen kaum noch Chancen haben.

Vertalingen

Esperantovivulo; organismo
Nederlandslevend wezen; organisme