Informatie over het woord übertreiben (Duits → Esperanto: troigi)

Afbrekingüber·trei·ben
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) übertreibe(ich) übertrieb
(du) übertreibst(du) übertriebst
(er) übertreibt(er) übertrieb
(wir) übertreiben(wir) übertrieben
(ihr) übertreibt(ihr) übertriebt
(sie) übertreiben(sie) übertrieben
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) übertreibe(ich) übertriebe
(du) übertreibest(du) übertriebest
(er) übertreibe(er) übertriebe
(wir) übertreiben(wir) übertrieben
(ihr) übertreibet(ihr) übertriebet
(sie) übertreiben(sie) übertrieben
Gebiedende wijs
(du) übertreibe
(ihr) übertreibt
übertreiben Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
übertreibend(haben) übertrieben

Voorbeelden van gebruik

So übertrieb er unter anderem bei seinen Wirtschaftserfolgen.

Vertalingen

Afrikaansoordrýf; oordrýwe
Engelsexaggerate; overstate
Esperantotroigi
Nederlandschargeren; overdríjven; aandikken
Spaansabultar; exagerar
Zweedsförstora