Informatie over het woord Zeitraum (Duits → Esperanto: periodo)

Synoniem: Periode

Uitspraak/ˈtsaɪtraʊ̯m/
AfbrekingZeit·raum
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefZeitraumZeiträume
GenitiefZeitraums, ZeitraumesZeiträume
DatiefZeitraum, ZeitraumeZeiträumen
AccusatiefZeitraumZeiträume

Voorbeelden van gebruik

Um Zölle für einen längeren Zeitraum zu erheben, bräuchte Trump in jedem Fall die Zustimmung des US‐Parlaments.

Vertalingen

Afrikaansperiode; tydperk
Albaneesafat
Catalaansperíode
Deensperiode
Engelsperiod; term
Engels (Oudengels)fierst
Esperantoperiodo
Franspériode
Nederlandsperiode; tijdvak; stratum; termijn
Papiamentsperiodo
Portugeesperíodo
SaterfriesPeriode
Spaansperiodo
Srananperiodi
Tagalogpanahón
Thaisตอน
Zweedsperiod; skede