Informatie over het woord Bahnverkehr (Duits → Esperanto: fervoja trafiko)

Uitspraak/ˈbaːnfɛrkeːr/
AfbrekingBahn·ver·kehr
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefBahnverkehr
GenitiefBahnverkehrs
DatiefBahnverkehr
AccusatiefBahnverkehr

Voorbeelden van gebruik

Auch der Bahnverkehr in den Niederlanden ist durch den Schnee teilweise lahmgelegt.

Vertalingen

Esperantofervoja trafiko