Informatie over het woord gewinnen (Duits → Esperanto: gajni)

Uitspraak/ɡəˈvɪnən/
Afbrekingge·win·nen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) gewinne(ich) gewann
(du) gewinnst(du) gewannst
(er) gewinnt(er) gewann
(wir) gewinnen(wir) gewannen
(ihr) gewinnen(ihr) gewannt
(sie) gewinnen(sie) gewannen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) gewinne(ich) gewänne, gewönne
(du) gewinnest(du) gewännest, gewönnest
(er) gewinne(er) gewänne, gewönne
(wir) gewinnen(wir) gewännen, gewönnen
(ihr) gewinnet(ihr) gewännet, gewönnet
(sie) gewinnen(sie) gewännen, gewönnen
Gebiedende wijs
(du) gewinne
(ihr) gewinnen
gewinnen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
gewinnend(haben) gewonnen

Voorbeelden van gebruik

Sollte Mamdani die Wahl deutlich gewinnen, könnte das bei den Demokraten für eine Richtungsdiskussion sorgen.

Vertalingen

Afrikaanswen; behaal
Engelsgain; win
Esperantogajni
Nederduitswinnen
Nederlandswinnen
Westerlauwers Frieswinne