Informatie over het woord gefälscht (Duits → Esperanto: falsa)
Uitspraak
/ɡəˈfɛlʃt/
Afbreking
ge·fälscht
Woordsoort
bijvoeglijk naamwoord
Voorbeelden van gebruik
Die Truppen seien mit russischen Militäruniformen, Waffen und gefälschten Ausweispapieren ausgestattet worden, bevor sie in den Kampf geschickt wurden, hieß es.