Informatie over het woord verziehen (Duits → Esperanto: tordi)

Uitspraak/fɛrˈtsiːən/
Afbrekingver·zieh·en
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) verziehe(ich) verzog
(du) verziehst(du) verzogst
(er) verzieht(er) verzog
(wir) verziehen(wir) verzogen
(ihr) verzieht(ihr) verzogt
(sie) verziehen(sie) verzogen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) verziehe(ich) verzöge
(du) verziehest(du) verzögest
(er) verziehe(er) verzöge
(wir) verziehen(wir) verzögen
(ihr) verziehet(ihr) verzöget
(sie) verziehen(sie) verzögen
Gebiedende wijs
(du) verziehe
(ihr) verzieht
verziehen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verziehend(haben) verzogen

Voorbeelden van gebruik

Jill verzog das Gesicht, als wollte sie gleich wieder anfangen zu weinen.

Vertalingen

Esperantotordi
Nederlandsverbuigen; verdraaien; verwringen; wringen; vertrekken