Informatie over het woord senken (Duits → Esperanto: malplialtigi)

Uitspraak/ˈzɛŋkən/
Afbrekingsen·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) senke(ich) senkte
(du) senkst(du) senktest
(er) senkt(er) senkte
(wir) senken(wir) senkten
(ihr) senkt(ihr) senktet
(sie) senken(sie) senkten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) senke(ich) senkte
(du) senkest(du) senktest
(er) senke(er) senkte
(wir) senken(wir) senkten
(ihr) senket(ihr) senktet
(sie) senken(sie) senkten
Gebiedende wijs
(du) senke
(ihr) senkt
senken Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
senkend(haben) gesenkt

Voorbeelden van gebruik

Zwei Schülerinnen des aktuellen Jahrgangs 10 untersuchen Möglichkeiten, zu hohe Nitratwerte in Gewässern zu senken.

Vertalingen

Engelslower
Esperantomalplialtigi
Nederlandsverlagen