Informatie over het woord entsenden (Duits → Esperanto: elsendi)

Uitspraak/ɛntˈzɛndən/
Afbrekingent·sen·den
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) entsende(ich) entsandte, entsendete
(du) entsendest(du) entsandtest, entsendetest
(er) entsendet(er) entsandte, entsendete
(wir) entsendem(wir) entsandten, entsendeten
(ihr) entsendet(ihr) ensandte, entsendete
(sie) entsendem(sie) entsandten, entsendeten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) entsende(ich) entsandte, entsendete
(du) entsendest(du) entsandtest, entsendetest
(er) entsende(er) entsandte, entsendete
(wir) entsenden(wir) entsandten, entsendeten
(ihr) entsendet(ihr) entsandtet, entsendetet
(sie) entsenden(sie) entsandten, entsendeten
Gebiedende wijs
(du) entsende
(ihr) entsendet
entsenden Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
entsendend(haben) entsandt, entsendet

Voorbeelden van gebruik

Frankreich hat bereits die Tonnerre ins östliche Mittelmeer entsandt.

Vertalingen

Catalaansemetre
Deensudsende
Esperantoelsendi
Italiaanstrasmettere
Nederlandsuitzenden; uitsturen
Zweedsutskicka