Informatie over het woord Käfig (Duits → Esperanto: kaĝo)

Uitspraak/ˈkɛːfɪç/
AfbrekingKä·fig
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefKäfigKäfige
GenitiefKäfigsKäfige
DatiefKäfig, KäfigeKäfigen
AccusatiefKäfigKäfige

Voorbeelden van gebruik

Zwar war er schon oft bei dem Tier im Käfig gewesen, aber unter ganz andern Umständen.

Vertalingen

Engelscage
Esperantokaĝo