Informatie over het woord lassen (Duits → Esperanto: lasi)

Uitspraak/ˈlasən/
Afbrekinglas·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) lasse(ich) ließ
(du) läßt(du) ließest, ließt
(er) läßt(er) ließ
(wir) lassen(wir) ließen
(ihr) lassen(ihr) ließt
(sie) lassen(sie) ließen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) lasse(ich) ließe
(du) lassest(du) ließest
(er) lasse(er) ließe
(wir) lassen(wir) ließen
(ihr) lasset(ihr) ließet
(sie) lassen(sie) ließen
Gebiedende wijs
(du) laß, lasse
(ihr) lassen
lassen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
lassend(haben) gelassen

Voorbeelden van gebruik

Hacker ließ sich schwer auf das Bett fallen.

Vertalingen

Afrikaanslaat
Engelslet
Esperantolasi
Franslaisser
Nederlandslaten