Informatie over het woord Zeit (Duits → Esperanto: tempo)

Uitspraak/tsaɪ̯t/
AfbrekingZeit
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefZeitZeiten
GenitiefZeitZeiten
DatiefZeitZeiten
AccusatiefZeitZeiten

Voorbeelden van gebruik

Vielleicht ist es nun Zeit, daß wir Europäer in diesem Jahr ein wenig unabhängiger von den USA werden.

Vertalingen

Afrikaanstyd
Catalaanstemps
Engelstime
Esperantotempo
Jamaicaans Creoolstaim
Jiddischצײַט
Nederduitstyd
Nederlandstijd
Noorstid
Papiamentsora
SaterfriesTied
Welsamser
Westerlauwers Friestiid