Informatie over het woord Zeit (Duits → Esperanto: tempo)

Uitspraak/tsaɪ̯t/
AfbrekingZeit
Woordsoortzelfstandig naamwoord

Voorbeelden van gebruik

Laura verbrachte immer mehr Zeit mit ihren Spiegeln.
Es braucht Zeit und Geduld, aber sie lernen.

Vertalingen

Afrikaanstyd
Catalaanstemps
Engelstime
Esperantotempo
Jamaicaans Creoolstaim
Jiddischצײַט
Nederduitstyd
Nederlandstijd; wijle; poos
Noorstid
SaterfriesTied
Spaanstiempo
Swahiliwakati
Welsamser
Westerlauwers Friestiid; skoft