Informatie over het woord Panne (Duits → Esperanto: paneo)

Synoniemen: Betriebsstörung, Schaden, Defekt, Anbrassen, Anholen

Uitspraak/ˈpanə/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefPannePannen
GenitiefPannePannen
DatiefPannePannen
AccusatiefPannePannen

Voorbeelden van gebruik

Dabei ist sie in den Sumpf geraten und hat eine Panne.

Vertalingen

Esperantopaneo
Nederlandspanne; motorpech; pech