Informatie over het woord abfeuern (Duits → Esperanto: ekpafi)

Synoniemen: abschießen, feuern

Uitspraak/ˈʔapfɔɪ̯ərn/
Afbrekingab·feu·ern
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abfeuere , abfeure (ich) abfeuerte
(du) abfeurest (du) abfeuertest
(er) abfeuret (er) abfeuerte
(wir) abfeuern (wir) abfeurten
(ihr) abfeuern (ihr) abfeuertet
(sie) abfeuern (sie) abfeurten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) abfeuere , abfeure (ich) abfeuerte
(du) abfeuerst (du) abfeuertest
(er) abfeuere , abfeure (er) abfeuerte
(wir) abfeuern (wir) abfeuerten
(ihr) abfeuert (ihr) abfeuertet
(sie) abfeuern (sie) abfeuerten
Gebiedende wijs
(du) feure ab
(ihr) abfeuern
abfeuern Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
abfeuernd(haben) abgefeuert

Voorbeelden van gebruik

Zudem habe Rußland bis zu 35 Raketen vom Typ S‐300 auf Zaporižžja im Süden und Charkiv im Nordosten abgefeuert.

Vertalingen

Deensaffyre
Engelsfire
Esperantoekpafi
Franspartir
Nederlandsafvuren; losbranden; het vuur openen; lossen; afsteken; afschieten
Saterfriesoutaie; oufjuurje; ouschjoote; ouskjoote
Westerlauwers Friesôffjurje