Informatie over het woord fortsetzen (Duits → Esperanto: daŭrigi)

Synoniemen: fortfahren, fortführen, weiterführen

Uitspraak/ˈfɔrtzɛtsən/
Afbrekingfort·set·zen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) fortsetze (ich) fortsetzte
(du) fortsetzt (du) fortsetztest
(er) fortsetzt (er) fortsetzte
(wir) fortsetzen (wir) fortsetzen
(ihr) fortsetzen (ihr) fortsetzet
(sie) fortsetzen (sie) fortsetzen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) fortsetze (ich) fortsetzte
(du) fortsetzest (du) fortsetztest
(er) fortsetze (er) fortsetzte
(wir) fortsetzen (wir) fortsetzten
(ihr) fortsetzet (ihr) fortsetztet
(sie) fortsetzen (sie) fortsetzten
Gebiedende wijs
(du) setze fort
(ihr) fortsetzen
fortsetzen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
fortsetzend(haben) fortgesetzt

Voorbeelden van gebruik

Der US‐Präsident setzt seine Asienreise fort.
Die Ukraine setzt die Angriffe in der russischen Region Kursk fort.

Vertalingen

Afrikaansvoortsit; voortgaan met
Catalaanscontinuar; fer durar
Deensfortsætte
Engelscontinue; resume
Esperantodaŭrigi; pluigi
Finsjatkaa
Franscontinuer; maintenir; reconduire
Italiaanscontinuare
Nederlandsverder gaan met; vervolgen; voortgaan; voortvaren; doorgaan met; onderhóúden; voortgaan met; laten voortduren
Papiamentskontinuá
Portugeesavançar; continuar; prosseguir
Saterfriesfoutfiere; fääregunge
Spaanscontinuar
Thaisต่อ
Westerlauwers Friesfuortgean